Regels schoolexamens
Tijd en plaats
- Elke leerling krijgt een overzicht met lokalen en tijdstippen van de schriftelijke schoolexamens. Tijd en plaats van mondelinge schoolexamens worden apart verteld. De roosters kun je ook vinden op het mededelingenbord op het studieplein.
- Je bent vanzelfsprekend op tijd aanwezig. Vertrek thuis op tijd en ben minstens vijf minuten voor aanvang van een schoolexamen in het juiste lokaal. Kom je later dan zul je buiten moeten wachten tot alles is uitgedeeld. Houd rekening met busvertraging, e.d.
- Begint een schoolexamen (schriftelijk of mondeling) pas na 8.30 uur dan mag je vooraf niet op het studieplein of in de gangen wachten. Daar blijft het stil. Alleen aan een tafel werken mag wel. Praten kan in de kleine aula. Materiaal halen of opbergen in de kluisjes gebeurt heel rustig.
- Een leerling die te laat komt, levert het werk toch in op het tijdstip dat voor iedereen geldt.
- Mis je een schoolexamen, dan kan je bij een geldige reden, ter beoordeling van de examencommissie, voor dit vak verwezen worden naar de herkansing.
- Meld voor de aanvang van een toets bijzondere familieomstandigheden (ernstige ziekte, overlijden) of eigen ziekteverschijnselen bij de aanwezige teamleider. In overleg met hem moet duidelijk vooraf vastgesteld worden of je in dat geval in staat bent aan het schoolexamen deel te nemen. Want als je aan een werk begint, al is het slechts voor een paar minuten, dan geldt het als volledig gemaakt.
- Indien je een schoolexamen wegens ziekte of ernstige familieomstandigheden niet mee kunt maken, dan moet dit uiterlijk 20 minuten voor aanvang van de zitting worden doorgeven aan de teamleider. Hij zal dan aangeven hoe verder moet worden gehandeld (o.a. één van de ouders een verklaring ondertekenen). B.g.g. bel je het algemene telefoonnummer van school (043) 450 5310.
Tassen en jassen
- Tassen, plastic zakken, etuis, e.d. leg je op de grond naast je tafeltje. Boeken, aantekeningen en andere papieren berg je op in de tas.
- Jassen, helmen, e.d. mag je niet meenemen. Berg ze op in de garderobe.
Mobiele telefoon en muziekspelers
- Als je een mobiele telefoon meeneemt in het examenlokaal, dan schakel je die helemaal uit (ook het alarm). Laat hem daarom liever thuis of berg hem op in je kluisje. Overtreding is een onregelmatigheid die streng kan worden bestraft (o.a. een 1 voor het werk).
- Een mp3-speler, iPod, discman, databank of andere elektronische apparatuur mag je niet bij je hebben.
Materiaal en papier
- Het werk maak je op papier dat je krijgt van school. Bij een aantal vakken ontvang je ook gewaarmerkt kladpapier. Je mag daarom geen eigen papier binnen handbereik hebben.
- Zoek je examennummer op en onthoud dit. Schrijf dit op elk antwoordblad. Vergeet bijlagen en klad niet.
- Je mag op de opgaven schrijven. Onderstreep en markeer (neem een markeerstift mee) belangrijke woorden en zinnen. De ervaring leert dat je daar voordeel bij hebt. Schrijf je antwoorden echter op het antwoordvel.
- Lever net en goed leesbaar werk in. Vermeld steeds het vraagnummer.
- Als je bij een meerkeuzevraag zelf de letter van het goede antwoord moet opschrijven, gebruik dan een hoofdletter.
- Open vragen mogen niet met potlood worden gemaakt. Tekeningen en grafieken maak je echter met potlood. Correctielak mag je niet gebruiken. Verbeter fouten op een nette manier.
- Ben je aan het einde van een toets niet klaar en staan er op het klad nog bruikbare uitwerkingen, geef dan duidelijk aan welk deel van het klad nagekeken moet worden.
- Neem zelf pennen, potloden, een gum en een geodriehoek mee. Bij sommige vakken heb je ook een passer en/of kleurpotloden nodig. Etuis en pennenmapjes leg je op de grond. Je mag tijdens het schoolexamen geen spullen van een andere leerling lenen.
- Bij een aantal vakken heb je een rekenapparaat nodig. Informeer vooraf bij je docent welk apparaat is toegestaan. Meestal is dit je grafische rekenapparaat (TI83, TI83-plus, TI84, TI84-plus of TI-nspire), maar bij een aantal vakken mag dit apparaat juist niet. Vraag ook aan de docent welke informatie je vooraf in een rekenapparaat mag opslaan. Meestal wordt de informatie die je hebt opgeslagen in de GR niet gecontroleerd. Bedenk echter dat teveel informatie problemen kan opleveren bij het gebruik. Vaak helpt dan alleen een totale ‘reset’, waardoor je ook handige formules kwijtraakt.
- Vraag de vakdocent of je een tabellenboek of woordenboek moet meenemen. Een atlas wordt door school verstrekt. Je mag geen materiaal lenen uit de kast op het studieplein of uit de vaklokalen. Onderling lenen tijdens het schoolexamen is niet toegestaan. Ook niet van iemand die al klaar is met het werk. Neem dus zelf de juiste spullen mee van thuis.
- De vakdocenten hebben verteld welke hulpmiddelen je mag gebruiken. Gebruik geen dingen die niet zijn toegestaan.
Tijdens het schoolexamen
- Tijdens het uitdelen van de opgaven heerst er volkomen rust in het lokaal. Alle leerlingen zijn dan stil. Als je te laat komt, wacht je buiten totdat alles is uitgedeeld. Kom je herhaaldelijk te laat, dan kan de teamleider aanvullende maatregelen treffen.
- Indien je extra papier nodig hebt dan steek je een hand op en wacht op de toezichthouder die het papier brengt.
- Zonder toestemming van een toezichthouder mag je het lokaal niet verlaten. Moet je dringend naar het toilet, dan steek je een hand op en meld dit aan de toezichthouder.
- Bij een schriftelijk werk mag je binnen vijftig minuten na de aanvang van de toets het werk niet inleveren.
- Inleveren van het werk mag alleen na toestemming van een toezichthouder. Voordat het werk is ingeleverd, mag je geen andere spullen op tafel nemen. Je mag nooit voor tijd vertrekken. Neem dus een lees- of studieboek mee. Een mp3-speler of dergelijke mag je niet meenemen, dus zeker niet gebruiken.
- Aan het einde van de zitting halen de toezichthouders opgaven, antwoorden en kladpapier op en iedereen blijft zitten, totdat alle werken zijn opgehaald en de toezichthouder het sein geeft om op te staan en te vertrekken.
- Zorg ervoor dat je alles inlevert (dus ook opgaven, bijlagen, tabellenboekjes en kladpapier). Stop de bijlagen bij je antwoorden. Maak nooit werk op de opgaven zelf, tenzij dat is voorgeschreven. Als je de uitwerkingen meeneemt of weggooit, worden ze niet meer nagekeken en wordt dit meestal als een onregelmatigheid beschouwd. Je bent zelf verantwoordelijk voor jouw werk. Zorg daarom dat je alles persoonlijk aan de toezichthouder overhandigt. Laat het werk nooit op je tafeltje liggen.
- Verlaat het lokaal altijd rustig. Het schoolexamen van andere leerlingen duurt soms langer. Zij willen graag ongestoord verder werken. Op het studieplein blijf je daarom ook stil. Praten en wachten kan in de kleine aula. Alleen als je zelfstandig wil werken, mag je op het studieplein blijven.
Onregelmatigheden
- Je maakt je schuldig aan een onregelmatigheid als je bewust zondigt tegen gangbare of meegedeelde regels, als je de normale gang van zaken verstoort of als je fraude pleegt.
- Onder fraude wordt onder andere verstaan: het gebruiken van andere hulpmiddelen dan toegestaan, het raadplegen van andermans werk (spieken), het tijdens het examen in bezit hebben van aantekeningen, het uitwisselen met medeleerlingen van al dan niet toegestane hulpmiddelen.
- Ook als je een andere leerling de gelegenheid geeft je werk te bekijken of gegevens verstrekt of door middel van gebaren of andere signalen antwoorden toespeelt, pleeg je fraude.
- Indien een kandidaat zich bij het schoolexamen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, kan de centrale directie hem de (verdere) deelneming aan het schoolexamen ontzeggen, dan wel andere maatregelen nemen (zie artikel 7 van het examenreglement).
- Dit kan ook wanneer de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het schoolexamen of een onderdeel hiervan.
- Bedenk dat ook een voor je gevoel klein vergrijp flinke gevolgen kan hebben.





