Klassieke talen
Op het Sophianum krijg je in de brugklas Latijn en in de tweede en derde klas Latijn en Grieks. In de bovenbouw kun je kiezen of je Grieks of Latijn of allebei de talen in je profiel opneemt.
Je hoort wel eens de vraag: ” Wat heb je aan die klassieke talen?” Kort en krachtig: heel veel! (beetje flauw, maar wel waar!) Laten we eens wat voorbeelden noemen: je hebt vast wel eens van de Griekse helden Herakles en Odysseus gehoord. Bij Grieks en Latijn gaan we met vele helden mee op avontuur en natuurlijk zijn daar ook de goden bij betrokken. Iets anders: wel eens in een voetbalstadion geweest? Door de Romeinen al bedacht! In het Colosseum in Rome konden duizenden mensen op de tribunes juichen, maar dan wel voor gladiatoren! Je hoeft niet eens zover te gaan om de invloed van de klassieke wereld tegen te komen: de Timpaan in Gulpen is genoemd naar een onderdeel van een klassieke tempel. In je omgeving, in het buitenland, in de taal en in de literatuur zul je dus vaak sporen van de Grieken en Romeinen tegenkomen: wel zo handig als je daar iets van weet.
Verder gaan we natuurlijk ook aan de slag met het vertalen van Griekse en Latijnse teksten. Lekker puzzelen met woordjes en zinnen om zo het verhaal te ontrafelen. Daarbij leer je meteen heel wat Franse, Engelse en Duitse woorden, want heel veel komen rechtstreeks uit het Latijn of Grieks.
In de bovenbouw worden de zinnen wat langer, de teksten wat ingewikkelder en de inhoud soms wat filosofischer: Hoe word je gelukkig? Wat is dapperheid? Bestaat de wereld om je heen wel echt? Afhankelijk van het eindexamenonderwerp duiken we het laatste jaar in een tragedie, een geschiedwerk of spannende verhalen over gedaanteveranderingen. De inhoudelijke bespreking wordt dan steeds belangrijker.
Als je van lijstjes houdt, kun je hieronder lezen wat we per onderdeel doen.
Inhoud
Woordjes: Het begin van het leren van iedere taal is het opbouwen van een woordenschat. Het is de bedoeling dat je aan het einde van de 3e klas ongeveer 350 Griekse en 500 Latijnse woorden kent. Omdat sommige leerlingen het leren van Latijnse en met name Griekse woorden – het Grieks heeft immers andere letters! – moeilijk vinden, besteden we daar in de les extra aandacht aan. Woordjes leren is belangrijk omdat je bij iedere taal 75% van de woorden moet kennen om een tekst goed en vlot te kunnen vertalen en te begrijpen waar het over gaat.
Grammatica: We gaan dieper in op grammatica – het ontleden van zinnen in kleinere delen. Om een vreemde taal te leren moet je beginnen bij de basis van iedere taal: de grammatica. Om een Griekse en Latijnse tekst te vertalen moet je immers kunnen zien wat de persoonsvorm en wat het onderwerp van een zin is. Daarvoor moet je bij de klassieke talen rijtjes uit je hoofd leren. Dat is voor sommige leerlingen lastig maar als je die eenmaal uit je hoofd kent, merk je hoe logisch en wiskundig Grieks en Latijn eigenlijk in elkaar zitten!
Teksten vertalen: Het vertalen van een Griekse of Latijnse tekst kun je het beste vergelijken met het maken van een legpuzzel: de woordjes zijn de stukjes van de puzzel en de grammatica helpt je om de stukjes op de juiste plaats te leggen. Zo maak je een goede Nederlandse vertaling. Je bent dus tegelijkertijd bezig met Nederlands: wat is een goede of mooie Nederlandse zin? Ook heb je hiervoor tekstbegrip nodig want om een hele tekst goed te vertalen moet je begrijpen waar het over gaat.
Cultuur: Verder maak je kennis met de bekendste mythologische verhalen van de Grieken en Romeinen. Verder leer je meer over hoe de Grieken en Romeinen leefden: hoe zagen hun huizen en tempels eruit, hoe dachten ze over het leven en de dood, hoe belangrijk waren helden en goden voor hen? Je gaat de wereld van de Grieken en Romeinen ook met nu vergelijken. Een belangrijke vraag is dan of er veel veranderd is of juist niet. En vind jij dat een goede of slechte verandering?
Vaardigheden
Bij de klassieke talen leer je de volgende vaardigheden aan:
Taalinzicht: je gaat dieper op grammatica in en bouwt een grote woordenschat op. Dit vergroot je taalinzicht bij Grieks en Latijn maar ook bij andere talen.
Tekstbegrip: je oefent voortdurend in het nadenken over de inhoud van (soms moeilijke) teksten.
analytisch vermogen: bij het vertalen van Grieks en Latijn leer je systematisch een taal 'te lijf te gaan'.
Culturele vorming: je maakt kennis met wereld van de oudheid en de invloed daarvan op de Europese cultuur.
Relativerend vermogen: Je leert je in te leven in mensen uit een andere tijd en andere cultuur, waardoor ook een grotere verdraagzaamheid in het heden voor andere culturen en mensen ontstaat.
Studievaardigheden: je leert natuurlijk hoe jij het beste woordjes kunt leren. Ook leer je een werkdiscipline aan omdat het gymnasium met de klassieke talen verlangt dat jij een stapje extra doet.
Links
Als je interesse hebt voor de klassieke talen, vind je de volgende links misschien ook wel interessant:
www.koxkollum.nl
www.oudheid.nl
www.netwijs.nl (in de zoekmachine Grieken/Romeinen invullen)
www.sbh-gent.be/klassiek.htm (voor allerlei links)

